
Château St. Gerlach |
Geschiedenis van Château St. Gerlach
De geschiedenis van dit landgoed gaat terug tot het jaar 1201. Dat is althans het vermoeden, want meer dan een schriftelijke vermelding in het uit 1772 stammende Historia nobilis parthenonis Heinsbergis is er niet. In dat werk schrijft proost Friedrich Keetz dat in 1202 Gosewijn IV van Valkenburg het besluit heeft genomen om een klooster te stichten bij het graf van de rond 1165 overleden kluizenaar Gerlachus. Het graf van deze man trok vele pelgrims en Gosewijn wilde een goed onderkomen voor hen verzorgen.
De heer Van Valkenburg deed een beroep op de jonge orde der Norbertijnen om zijn plan te verwezenlijken. Zijn grootvader had immers rond 1140 een norbertijnenklooster in Heinsberg gesticht. Het klooster was aanvankelijk een dubbelklooster.
Tot ongeveer 1257 stond het klooster te Houthem onder toezicht van de proost van Heinsberg. Daarna heeft het klooster een eigen proost gekregen. Reeds in de eerste eeuwen van zijn bestaan heeft het klooster een grote aantrekkingskracht uitgeoefend op aanzienlijke geslachten. In 1345 betitelt Dirk IV, heer Van Valkenburg, het klooster als een convent van adellijke dames. Het zou dat ook blijven tot aan zijn opheffing in de achttiende eeuw.
In de roerige jaren van de godsdienstoorlogen bleef het klooster niet van onheil bespaard.
In 1574 werden de kloostergebouwen door de troepen van Lodewijk van Nassau verwoest.
In 1581 wordt vermeld dat het klooster tot tweemaal toe is afgebrand. De oorlog onderging een luwte in 1661. Toen werd een verdrag gesloten tussen de strijdende partijen over gebiedsverdeling onderling. Bepaald werd dat het klooster Sint Gerlach onder Spaanse soevereiniteit zou blijven vallen. Later kwam er een nieuwe regeling. In 1786 werd bij het verdrag van Fontainebleau bepaald dat het klooster niet langer onder Spaans, doch onder Hollands gezag viel. Op 6 september 1786 verlieten de zusters definitief het klooster.
In 1795 annexeerden de Fransen, de Oostenrijkse Nederlanden en enkele jaren later hieven zij alle kloosters op en werden goederen verkocht aan derden.
Het was de zaakwaarnemer van de Norbertinessen, notaris Schoenmaeckers uit Raar, die het klooster en de kerk kocht. Het zou familiebezit worden. De voormalige kloostergoederen werden verpacht en het proostgebouw werd tot adellijk woonhuis omgebouwd. De kerk werd aan de gemeente Houthem geschonken en zou in 1808 de nieuwe parochiekerk worden.
Het kasteel Sint Gerlach werd eerst bewoond door de familie Corneli en later door adellijke familie De Selys de Fanson.
In 1979 vermaakt de laatste bewoner van het kasteel, Robert De Selys de Fanson, het kasteel en bijgebouwen aan het kerkbestuur van Houthem. Sedertdien stond het pand leeg. Dit had als gevolg dat een aantal bijgebouwen in ernstige vervallen staat verkeerden.
Stichting Behoud St. Gerlach
In Juli 1988 werd de Stichting Behoud St.Gerlach opgericht. Deze stelde zich onder andere tot doel het landgoed van de ondergang te redden door het vinden van betrouwbare investeerders/ exploitanten en het aanvragen van subsidies.

Château St. Gerlach |
Het vinden van een passende bestemming zou een zware opgave zijn. Het kloostercomplex lag er toen troosteloos bij. De jaren van verwaarlozing hadden hun tol geëist: muren waren verzakt, houtwerk aangetast of verrot, vloeren en plafonds ingestort en de tuin geheel verwaarloosd. In de periode van leegstand was het proces van verval in snel tempo verder gegaan.
De Stichting kwam, naast andere gegadigden die later al snel afvielen, al snel in contact met de Houthemmer Camille Oostwegel. Deze bleek reeds in 1979, vlak na het overlijden van Baron Robert de Selys de Fanson, zijn ideeën voor een luxe Hotel-Restaurant bij het toenmalige Kerkbestuur te hebben gedeponeerd.
Opnieuw, in 1986, zocht hij contact en formuleerde toen in grote lijnen het plan zoals het nu is uitgevoerd. In december 1990 werd er, na twee jaar moeizaam onderhandelen, tussen Camille Oostwegel Holding B.V. en de Stichting Behoud St. Gerlach een overeenkomst getekend waarin de uitgangspunten voor de te realiseren plannen werden vastgelegd.
Deze plannen respecteerden de wensen van het Kerkbestuur. Het Hotel-Restaurant zou deel gaan uitmaken van Camille Oostwegel ChâteauHotels & -Restaurants (Restaurants Kasteel Erenstein, Château Neercanne en Pirandello en de Hotels Brughof en Winselerhof).
Een aantal knelpunten moesten nog worden opgelost, zoals:
- de pachtkwestie van de familie Erens
- overeenstemming met het Kerkbestuur en Bisdom
- het verkrijgen van definitieve subsidietoezeggingen
- het vinden van een bestemming voor de gebouwen "Erens"
Diverse plannen van de Stichting Behoud St. Gerlach ketsten af. Uiteindelijk werd er na een zware lobby door de betrokkenen in augustus 1992 door Minister d'Ancona Fl 4.000.000,= subsidie uit de "knelpuntenpot" toegezegd. De Provincie Limburg en de Gemeente Valkenburg aan de Geul vulde dit bedrag met elk Fl 2.000.000,= aan.
Nu was in totaal Fl 8.000.000,= subsidie beschikbaar. Veel minder dan het oorspronkelijke Fl 11.500.000,= subsidiabel geachte bedrag door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Maar Camille Oostwegel bleef optimistisch.
De samenwerking
Begin 1994 zocht hij contact met Maarten Cuppen, Algemeen Directeur van De Vechtse Slag N.V.. Deze bleek zeer geïnteresseerd om in het voormalig Stiftgebouw en de vakwerk- en graanschuren een aantal Hotelappartementen te realiseren. Zijn ideeën sloten goed aan bij de plannen van Camille Oostwegel en het Kerkbestuur.
In juni 1994 werd er uiteindelijk een allesomvattende overeenkomst getekend tussen het Kerkbestuur van de Parochie Heilige Gerlachus, de Stichting Behoud St. Gerlach, het Bisdom Roermond, De Vechtse Slag N.V. en Camille Oostwegel Holding B.V.. Hiermee werd na veertien jaar moeilijk en soms hopeloos onderhandelen de basis voor een totale restauratie en herbestemming gelegd.
De totale investering zou fl 56.000.000,= gaan bedragen. Na aftrek van de fl 4.000.000,= subsidie van het rijk, fl 2.000.000,= van de Provincie Limburg en fl 2.000.000,= van de Gemeente Valkenburg a/d Geul was het resterende bedrag fl 48.000.000,= en werd opgebracht door Camille Oostwegel Holding B.V. (65%) en De Vechtse Slag N.V.(35%)
Op 12 januari 1995 werd door de Gouverneur van Limburg Baron B.J.M. van Voorst tot Voorst de eerste steen als start voor de restauratie gelegd en werd de oplevering voorzien in het jaar 1997.
Inmiddels werd door de heren Oostwegel en Cuppen de ingewikkelde en jaren slepende pachtkwestie opgelost. De familie Erens verhuisde in juni 1995 naar een nieuwe boerderij in Sibbe. De vrijgekomen gronden werden verkocht aan het Ministerie van Landbouw om ze vervolgens te bestemmen als natuurontwikkelingsproject. Inmiddels zijn de gronden in beheer bij Limburgs Landschap en de Stichting Ark, compleet met wilde Konikspaarden en Schotse Hooglanders. "Ingendael" werd de naam van het nieuwe natuurgebied (openbaar toegankelijk).
En verder.......
Camille Oostwegel werd de nieuwe eigenaar van het Kasteel (restaurant), Pachthof (hotel), Zuidvleugel (overdekt zwembad, Kneipp Kuuroord en conferentiezaal), plus circa 5 ha. omliggende grond waar park en tuinen werden geprojecteerd. Als één van de tegenprestaties voor de gedeeltelijke overdracht van het Landgoed St. Gerlach, realiseerden de heren Oostwegel en Cuppen voor de Parochie onder meer:
- een museum
- een schatkamer voor St. Gerlach
- een nieuwe catecheseruimte
- een nieuwe sacristie
- een nieuwe Gerlachuskapel
Deze werden voor het merendeel gevestigd in het Stiftgebouw en de voormalige kloostergang.
Een nieuwe pastorie completeert deze fraaie nieuwe kerkelijke voorzieningen.
De 39 Hotelappartementen in het Stiftgebouw en Graanschuren zijn/(gaan over) in handen van particuliere eigenaren.
Op 4 juli 1996 werd door Burgemeester van Valkenburg a/d Geul, Drs. C. Nuytens, "de Mei" op de Pachthof geplaatst waarmede ook de in gebruikneming van het complex in maart 1997 dichter bij kwam. Zo werd het Landgoed ook nog na moeilijke juridische procedures en een slepende rechtszaak uiteindelijk van de ondergang gered en werd bovendien tot het belangrijkste restauratieproject van Nederland van de negentiger jaren bestempeld.
1 Maart 1997 werden het hotel en restaurant Château St. Gerlach, de vergadersalons en de Bistrôt in gebruik genomen. 15 September 1997 heeft de heer Pieter van Vollenhoven de officiële opening van het gehele complex op feestelijke wijze verricht.